HomeCapoeiraWorkshopsShowsLessenMultimedianieuwsContact Us
 

Het spel

 
Roda de Capoeira
 
Image 

Het Capoeiraspel wordt gespeeld in een cirkel, de roda. Spelers met muziekinstrumenten geven het rime aan. De muziek geeft energie en richting aan de twee spelers die elkaar midden in de cirkel uitdagen. Belangrijkste instrumenten zijn de berimbau, een Afrikaans booginstrument met één snaar en een kalebas als klankkast; de atabaque, een grote drum; en de pandeiro, een tamboerijn. Vanuit de karakteristieke danspas van capoeira, de ginga, reageren de spelers op elkaars bewegingen: aanvallen worden niet geblokkeerd of gestopt, maar op een soepele manier ontweken en gecounterd. Zo ontstaat een vloeiend spel van actie en reactie. Op verschillende ritmes van de berimbau wordt verschillend gespeeld: laag bij de grond, hoger, assertief of juist sierlijk.

Capoeira heeft haar eigen logica en unieke lichaamstaal. Een soepele aanval, meestal een draaitrap, wordt ontweken door weg te duiken of mee te draaien. Door slim en strategisch te spelen kan de tegenstander uiteindelijk worden klemgezet, onderuit geveegd of zelfs geraakt. Toch is Capoeira geen wedstrijd op zich: het doel van de cirkel is om met de hele groep een positieve energieke sfeer op te roepen waar alle spelers zich van hun beste kant kunnen laten zien.

De liedjes die in de roda worden gezongen gaan vaak over het spel, oude meesters, de slavernij, levenswijsheden en Brazilië. Veel liedjes heben een poetische of filosofische inslag en een dubbele bodem.

Capoeira wordt gespeeld in een uniform: meestal een witte broek en shirt. Maar een spontane roda zonder uniform is net zo goed toegestaan: flexibiliteit is de grote kracht van Capoeira.

Nog steeds is Capoeira voor vele Brazilianen een vrijheidssymbool van verzet tegen onderdrukking. Capoeira is dan ook sterk verbonden met Afro-Braziliaanse dansen als samba en de religie candomblê. Toch is Capoeira is niet religieus:

"Capoeira en de Braziliaanse cultuur zijn diep geworteld in de mythen die de Braziliaanse identiteit vormen. Dit maakt Capoeira en de Braziliaanse cultuur ‘religieus’ en ‘spiritueel’ op een manier zoals dat bijvoorbeeld in India gebeurt en is tegengesteld aan de Eerste Wereld-landen, waar technologie en geld als hoogste waarden gelden. De Braziliaanse mythen stammen af van de indianen, de oorspronkelijke bewoners van Brazilië, van de Portugezen met katholieke en Arabische invloeden (de Arabieren zaten van 1100 tot 1500 in Portugal) en, waarschijnlijk de grootste bijdrage, van de miljoenen Afrikanen die gevangengenomen werden en naar Brazilie werden gebracht om daar als slaaf te werken."
Nestor Capoeira: Capoeira, handboek voor de speler (2003): p.79

 

Brazilië

In Brazilië is Capoeira uitgegroeid tot een universeel fenomeen en erkend als enige Nationale Sport. Iedereen kan tegenwoordig lessen krijgen in sportscholen, op universiteiten en in buurtcentra. Voor velen is het een levensschool en dat komt van pas in een land zonder goed onderwijs. De culturele traditie van Capoeira helpt de weerbaarheid van achtergestelde bevolkingsgroepen te verhogen en wordt beoefend door mensen uit alle lagen van de maatschappij. 

Nederland

In Europa is Capoeira uitgegroeid tot een ambassadeur van de Braziliaanse cultuur. In de jaren zeventig kwamen de eerste leraren uit Brazilië aan en Nederland bleek al snel een vruchtbare bodem voor deze capoeiristas. Met vele lessen, workshops en demonstraties hebben actieve Nederlandse groepen Capoeira inmiddels op de kaart gezet. Ook voor de media is de vechtdans een inspiratiebron geworden, in videoclips, films en games.

Op scholen, festivals, instellingen en bedrijfsuitjes is Capoeira een bekende workshop geworden. De Batuque Capoeira Groep is in Nederland opgericht door de Braziliaanse meester Vladimir Frama uit Fortaleza (Noord-Oost Brazilië) en geeft inmiddels les in negen steden. Dat Capoeira voor iedereen is bewijst de samenstelling van de groep: er zijn leerlingen van 6 tot 60 jaar, van alle achtergronden en nationaliteiten. Meer informatie over de groep vind je op www.capoeiraholland.com.

 

Geschiedenis

 
Geschiedenis

Als vechtkunst en cultuur heeft capoeira gemengde wortels, waarvan de sterkste in Afrikaanse grond grijpen. De Portugese en Hollandse kolonisten in Brazilië wilden de autochtone bewoners, de indiaanse stammen, als slaven laten werken op suiker- en cacaoplantages. Maar zij verzetten zich en werden gedecimeerd door Europese ziektes als de griep. De kolonisten losten dit ‘arbeidsprobleem’ op door Afrikaanse slaven uit West-Afrika en Angola te importeren. Ze werden als handelswaar verkocht op markten, voornamelijk in Noord-Oost Brazilië. Van de zestiende tot de negentiende eeuw werden vijf miljoen slaven uit West-Afrika gedeporteerd naar Brazilië. Tot 1888 werden zij tewerkgesteld op Braziliaanse suikerriet- en cacaoplantages.
 
Image
Johan Moritz Rugendas: "Danse de Guerre o Jogo de Capoeira", 1828 
De Afrikaanse slaven woonden in barakken op de plantages, senzalas genoemd. Hier begon een samensmelting van culturen: de uit hun stamverbanden gerukte Afrikaanse rituelen en culturen mengden zich, in een poging de Afrikaanse identiteit te behouden. In tegenstelling tot plantageslaven in Noord-Amerika, mochten de Braziliaanse slaven (tot de 19e eeuw) wél hun Afrikaanse muziek en rituelen uiten. Zo ontstonden de Afro-Braziliaanse religies, muziek, dansen en cultuur. En een vechtkunst als vorm van verzet.
Soms ontsnapten groepen slaven het oerwoud in, weg van de plantage. Het Braziliaanse woord voor laag oerwoud is capoeira, dus werd er van ontsnapte slaven gezegd dat ze ‘de capoeira’ invluchtten. Hier bouwden zij soms complete steden, de quilombos,waarvan de bekendste Quilombo dos Palmares was. Een eeuw lang woonden er ongeveer 20.000 vrije Afrikaanse Brazilianen.

De geschiedenis van Capoeira vóór 1850 is gehuld in verhalen en  legenden. De Afrikaanse en Afro-Braziliaanse cultuur is meer verbaal dan schriftelijk, dus zijn feiten over de herkomst en ontwikkeling van het fenomeen moeilijk te bewijzen. Historici, capoeiristas en antropologen buigen zich daarom al decennia over de theorieën en meningen.
 
Image
Zumbi, koning van Palmares. Daruê Malungo dansschool, Recife 2001
Waarschijnlijk zijn er in de tijd van de senzalas en quilombos al Afrikaanse worstel-en traptechnieken gebruikt die lijken op de tegenwoordige Capoeira. Ook in andere Zuid-Amerikaanse landen zijn sporen van Afrikaanse trap- en kopstoottechnieken gevonden, zoals Ladja en Agye op Martinique. Maar het ver ontwikkelde Braziliaanse Capoeira is enig in zijn soort. Voornaamste wapen binnen Capoeira is de misleiding. Door acrobatische trucjes, speciale trapbewegingen en door lichaamstaal kan de tegenstander (of is het de medespeler?) op het verkeerde been worden gezet. Dit misleidende aspect lijkt een direct overblijfsel van de slavernij en het straatleven in de grote steden te zijn, een tijd waar alleen slim handelen tot de mogelijkheden behoorden. Een slimme speler wordt een 'mandingueiro' genoemd, naar de Mandinka stam uit West-Afrika.
 
Ontwikkeling
 
Door de eeuwen heen is Capoeira in verschillende vormen opgedoken. Rond 1830 zijn tekeningen gemaakt waarop men aan glimp opvangt van de eerste vormen van het spel: Afrikaanse Brazilianen in een kring, die op muziek een gevecht aangaan.
Eind negentiende eeuw werd Capoeira bekend als een vechtkunst waar mensen mee overleefden in de straten van de grote steden (Salvador da Bahia, Rio de Janeiro en Recife). Dit is het tijdperk van de ‘maltas’- de capoeirabendes. De angst zat er bij de elite goed in en Capoeira werd in 1890 bij wet verboden. De politie vervolgde alle beoefenaren en roeide de bendes bijna geheel uit. Capoeira werd een synoniem voor randfiguren en criminelen. Alleen in de staat Bahia, waar verreweg de meeste afstammelingen van de slaven leven, overleefde de Capoeira, ondergronds, als een spel op muziek, een dans met verborgen vechttechnieken.
 
Image
 © Pierre Verger Foundation
In 1936 zag de Braziliaanse president de nationalistische waarde van Capoeira in. Het praktizeren van Capoeira werd uit het strafboek gehaald en uiteindelijk als 'nationale sport' gelegaliseerd, een titel die het culturele belang van het spel nog niet echt eer aandoet. Het unieke fenomeen werd zo wel van de ondergang gered en kon uiteindelijk een enorme vlucht nemen. De belangrijkste meesters die Capoeira uit de marginaliteit haalden, waren mestre Bimba en mestre Pastinha.

Nieuwe regels en een uniform betekenden de eerste stappen op weg naar de huidige moderne capoeirascholen. Vanaf de jaren zestig verspreidde het spel zich verder door heel Brazilië, ontworstelde de obscuriteit en heeft het zich een respectabele plaats in de maatschappij verworven. Dankzij de grote meesters uit de twintigste eeuw is deze fascinerende cultuur niet verloren gegaan en kan iedereen het nu leren. De afstammelingen van de Afrikaanse slaven hebben in Brazilië een fantastische remedie gevonden voor het geweld dat hen werd aangedaan. Die oplossing, waarin het gevecht in banen wordt geleid door muziek, expressie, dans en humor, biedt Capoeira nog steeds en is een levende herinnering aan de vrijheidsstrijd van deze veerkrachtige bevolking.